Fundamentele Concepten van Micro-economie: Kosten, Markten en Elasticiteit

Enviado por Anónimo y clasificado en Otras materias

Escrito el en neerlandés con un tamaño de 12,18 KB

Kosten, Opbrengsten en Productie

Output (TP): (Staat gegeven)

Kostenformules

  • TCK (Totale Constante Kosten): Hetzelfde getal elke keer = TK - TVK
  • TVK (Totale Variabele Kosten): Kijk naar TK en elke keer het eerste getal TK naast Q * TO elke keer
  • TK (Totale Kosten): TCK + TVK
  • GCK (Gemiddelde Constante Kosten): TCK / Q
  • GVK (Gemiddelde Variabele Kosten): TVK / Q
  • GTK (Gemiddelde Totale Kosten): GCK + GVK of TK / Q
  • MK (Marginale Kosten): ΔTK / ΔQ of (TKnieuw - TKoud) / (Qnieuw - Qoud)
  • MO (Marginale Opbrengsten): ΔTO / ΔQ of (TOnieuw - TOoud) / (Hoeveelheidnieuw - Hoeveelheidoud) (Elke keer hetzelfde getal)
  • GK (Gemiddelde Kosten): TK / Q

Vraag en Hoeveelheid

  • Qv2: Qv + (Qv * ...%)

Marktstructuren en Vraag/Aanbod

Basisprincipes van de Markt

Competitieve Markt
Markt met veel kopers, veel verkopers. Iedereen verkoopt ongeveer hetzelfde product. Prijs wordt bepaald door vraag en aanbod (niet zelf te bepalen).
Perfect Competitieve Markt
Veel aanbieders, veel vragers, homogene producten, volledige transparantie, vrije toe- en uittreding.

Vraag en Aanbod

Vraag (Consumenten)
Hoeveel wil de klant kopen bij een bepaalde prijs (individuele vraagcurve). De som van alle individuele vraagcurven is de collectieve vraagcurve. P daalt → de vraag stijgt. De vraagcurve daalt naar rechts.
Aanbod (Producenten)
Hoeveel willen producenten aanbieden bij een bepaalde prijs (individuele aanbodcurve). De som van alle individuele aanbodcurven is de collectieve aanbodcurve. P stijgt → bedrijven willen meer aanbieden. De aanbodcurve stijgt naar rechts.

Verschuivingen in de Curven

  • Vraagcurve verschuift door: Inkomen, prijs van substituten (vervangbare producten), voorkeuren.
  • Aanbodcurve verschuift door: Productiekosten, technologie, overheidsmaatregelen.

Marktevenwicht

  • Evenwichtsprijs: Prijs waarbij vraag en aanbod gelijk zijn.
  • Evenwichtshoeveelheid: Verhandelde hoeveelheid bij de evenwichtsprijs.
  • Aanbodoverschot: Prijs te hoog → Aanbod > Vraag.
  • Vraagoverschot: Prijs te laag → Vraag > Aanbod.

Elasticiteit

Prijselasticiteit van de Vraag (Evp)

Meet hoe sterk de vraag of het aanbod reageert op een prijsverandering.

Formule: |Evp| = ((ΔQ / Qgem) / (ΔP / Pgem)) of (% verandering in gevraagde hoeveelheid / % verandering in prijs)

Interpretatie van Prijselasticiteit

  • Elastisch: Mensen kopen veel minder als de prijs stijgt (luxegoederen).
  • Inelastisch: Mensen blijven het kopen, zelfs als de prijs stijgt (medicijnen, brood).

Elasticiteitswaarden

Perfect Inelastisch
|Evp| = 0. Q wijzigt niet. Alleen prijseffect als gevolg van verschuiving van vraag en aanbod.
Inelastisch
0 < |Evp| < 1. Q wijzigt relatief zwakker dan P. Gevolg van verschuiving van V of A is er een groot prijseffect en een klein hoeveelheidseffect.
Unitair Elastisch
|Evp| = 1. Q wijzigt relatief even hard als P. Gevolg van verschuiving: gelijk prijs- en hoeveelheidseffect.
Elastisch
1 < |Evp| < ∞. Q wijzigt relatief sterker dan P. Gevolg: groot hoeveelheidseffect en kleiner prijseffect.
Perfect Elastisch
|Evp| = ∞. Q wordt nul of oneindig. Alleen hoeveelheidseffect als gevolg.

Inkomenselasticiteit (Ey)

Formule: Ey = (% verandering in gevraagde hoeveelheid / % verandering in het inkomen) = ((ΔQ / Qgem) / (ΔY / Ygem))

Soorten Goederen op Basis van Inkomen

  • Inferieur Goed: Ey < 0. Consumptie neemt af als inkomen toeneemt.
  • Noodzakelijk Goed: 0 < Ey < 1. Consumptie neemt toe als inkomen toeneemt (inkomensinelastisch).
  • Luxegoed: Ey > 1. Consumptie neemt toe als inkomen toeneemt (inkomenselastisch).

Kruiselingse Prijselasticiteit (Exy)

Formule: Exy = (% verandering in gevraagde hoeveelheid van product X / % verandering in de prijs van product Y) = ((ΔQx / Qxgem) / (ΔPy / Pygem))

Relatie tussen Goederen

  • Substitutiegoederen: Exy > 0
  • Complementaire Goederen: Exy < 0

Imperfecte Competitie

Niet alle markten zijn perfect. Soms hebben bedrijven marktmacht en kunnen ze prijzen beïnvloeden.

Monopolie

De enige verkoper of producent op de markt (prijszetter).

Kenmerken

  • 1 aanbieder, veel vragers.
  • Geen directe substituten.
  • Gesloten markt.

Toetredingsdrempels Monopolie

Drempels die ervoor zorgen dat andere aanbieders niet kunnen toetreden (gesloten markt).

Redenen voor Monopoliemacht
  • Structurele of Technologische Belemmeringen: Schaalvoordelen (produceren tegen lagere kosten), schaalvoordelen opbouwen door ervaring → Natuurlijk Monopolie. Exclusief bezit, als enige kennis hebben.
  • Door de Wet Bepaalde Belemmeringen: Exclusief recht om te produceren of distribueren. Patent (bescherming tegen namaak), Franchise (betalen voor gebruik van een merk), Licenties (beperkt aantal actieve spelers in een branche, bijvoorbeeld apotheken).
  • Belemmeringen door Strategisch Gedrag: Strategische maatregelen nemen om nieuwe spelers uit de markt te houden (bijvoorbeeld Spotify).

Oligopolie

Een markt met slechts enkele spelers.

Kenmerken

  • Het aantal aanbieders is beperkt.
  • De aanbieders zijn geen prijsnemers.
  • De aanbieders moeten rekening houden met concurrentie (geen prijszetter, maar zeker geen prijsnemer).
  • Veel toetredingsdrempels.

Soorten Oligopolie

  • Homogene Oligopolie: Producten zijn volledig vervangbaar in de ogen van de afnemers (bijvoorbeeld elektriciteit).
  • Heterogene Oligopolie: Goederen onderscheiden zich van concurrentie dankzij productdifferentiatie.

Concentratie Ratio Oligopolie: De top 5 ondernemingen in een markt heeft meer dan 60% marktaandeel.

Monopolistische Concurrentie

Marktvorm met zowel kenmerken van monopolie als volkomen concurrentie.

Kenmerken

  • Veel aanbieders, veel consumenten.
  • Heterogeen product.
  • Open markt (bijvoorbeeld kledingwinkels).

Overzicht van Marktvormen

MarktvormProducentenConsumentenProductkenmerkToetredingVoorbeelden
Perfecte CompetitieVeelVeelHomogeenVrijLandbouwproducten, aandelenmarkt
Monopolie1VeelUniek (geen substituten)Moeilijk (hoge drempels)NMBS, Google, Diamanten
OligopolieEnkeleVeelHomogeen of HeterogeenMoeilijk (hoge drempels)Telecom, Supermarkten, Orange, Telenet
Monopolistische ConcurrentieVeelVeelGedifferentieerd (merken, varianten)VrijKledingwinkels, restaurants, automerken

Marktfalen en Overheidsingrijpen

Marktfalen treedt op wanneer de markt niet efficiënt werkt, waardoor welvaart verloren gaat. Dit gebeurt door:

  • Externe Effecten: Kosten of voordelen die niet in de prijs zijn opgenomen.
  • Marktmacht: Te weinig concurrentie.
  • Asymmetrische Informatie: Eén partij weet meer dan de ander.
  • Publieke Goederen: Goederen die iedereen gebruikt, maar niemand wil betalen.

Externe Effecten

Gevolgen van productie of consumptie die niet in de marktprijs zijn verrekend.

Positieve Externe Effecten

Voordelen voor anderen zonder betaling. Voorbeeld: Snackbars in de buurt van een sportpaleis, verkopers buiten het sportpaleis, tram en treinen naast het sportpaleis.

Negatieve Externe Effecten

Schade voor anderen zonder compensatie. Voorbeeld: Lawaaihinder, vervuiling, files, overbevolking rond een sportpaleis.

Oplossingen voor Negatieve Externaliteiten (Schade voor de Maatschappij)
  • Pigouviaanse Belasting: Extra taks op vervuilende producten (zoals CO2-taks en suikertaks).
  • Quota: Beperking van productie (zoals visquota, beperking op CO2-uitstoot).
  • Verhandelbare Vergunningen: Bedrijven kopen en verkopen vervuilingsrechten (EETS = European Emission Trading System).

Asymmetrische Informatie

Eén partij weet meer dan de andere, waardoor de markt oneerlijk wordt.

  • Voorbeeld: Tweedehands auto's (verkoper kent gebreken, koper niet), verzekeringen (mensen verbergen risico's).
  • Oplossingen: Transparantie (verplichte productinformatie), en Screening (controle van klanten, bijvoorbeeld medische vragen).

Antitrustbeleid en Concurrentie

De overheid wil concurrentie beschermen en marktmacht beperken.

Doelstellingen

  • Consumenten beschermen tegen machtsmisbruik.
  • Innovatie en productkwaliteit bevorderen.
  • Dominante ondernemingen tegengaan.
  • Efficiënte productie stimuleren.

Regels om Concurrentie te Vrijwaren

  1. Verbod op prijsafspraken (kartels).
  2. Verbod op misbruik van machtspositie.
  3. Controle op fusies en overnames.

Publieke Goederen

Goederen die niet uitsluitbaar (iedereen kan ze gebruiken) en niet rivaliserend (gebruik door één persoon vermindert het gebruik door anderen niet) zijn. Voorbeelden: Straatverlichting, defensie, politie.

Publieke goederen worden gefinancierd met belastinginkomsten.

Het Vrijbuitersprobleem

Ontstaat wanneer mensen gebruikmaken van een publiek goed zonder ervoor te betalen. Voorbeeld: Straatverlichting.

Classificatie van Goederen

Type GoedKenmerkenVrijbuiters?AanbiederFinanciering
Zuiver Publiek GoedNiet uitsluitbaar, niet rivaliserendJaOverheidBelastingen
Quasi-publiek GoedSoms uitsluitbaar of rivaliserendSomsOverheid of PrivéBelastingen + Gebruikersbijdrage
Privaat GoedUitsluitbaar en rivaliserendNeePrivébedrijvenVerkoopprijs
Club GoedUitsluitbaar, niet rivaliserendNeePrivébedrijvenLidmaatschap, Abonnement
Gemeenschappelijk GoedNiet uitsluitbaar, rivaliserendJaOverheid of GemeenschappenRegelgeving, Quota

Definities

  • Quota: Beperking op productie of verkoop om overproductie te voorkomen (bijvoorbeeld visquota om overbevissing te vermijden).
  • EETS: European Emission Trading System.

Onthoud: Bij -Q + 20 of iets dergelijks is dit de vraagcurve.

Entradas relacionadas: