Fundamentele Concepten van Platentektoniek en Aardstructuur
Enviado por Anónimo y clasificado en Otras materias
Escrito el en
neerlandés con un tamaño de 5,94 KB
Fundamenten van de Aardstructuur en Platentektoniek
1. Ontstaan van de Aarde en de Concentrische Opbouw
Ongeveer 4,6 miljard jaar geleden ontstond de Aarde uit een verdichtende gas- en stofwolk. De jonge Aarde was volledig heet en vloeibaar, waardoor de zware metalen naar het centrum zonken en de lichtere stoffen bovenaan bleven drijven. Door deze scheiding ontstond de concentrische opbouw van de Aarde:
- Een lichte, vaste korst.
- Daaronder de mantel, waarvan de asthenosfeer taai-vloeibaar is.
- Nog dieper de vloeibare buitenkern en de vaste binnenkern.
Door afkoeling vormde zich later een atmosfeer en oceaan.
2. De Beweging van Magma in de Asthenosfeer
In de asthenosfeer stijgt magma vanuit de diepte op, omdat het opwarmt en daardoor lichter wordt. Het stijgende magma duwt de lithosfeer omhoog, waardoor er breuken ontstaan. Daarna stroomt het magma onder de platen weg, koelt af, wordt zwaarder en zinkt weer naar beneden. Deze voortdurende kringloop vormt convectiecellen die de platen op het aardoppervlak in beweging zetten.
3. Topografische Kenmerken van de Oceaanbodem
Op een doorsnede van de oceaanbodem zijn de volgende kenmerken zichtbaar:
- In het midden bevindt zich de mid-oceanische rug met een centrale slenk.
- Naar beide kanten van de rug daalt de oceaanbodem en vormt de brede abyssale vlakte.
- Richting het continent zie je de steile continentale helling en daarna het continentaal plat.
- Soms ligt er aan de rand ook een diepzeetrog waar subductie plaatsvindt.
4. Identificatie van Plaatranden op een Tektonische Kaart
Plaatranden kunnen worden geïdentificeerd op basis van hun beweging en de geologische structuren die ze vormen:
- Divergerende plaatranden: Herkenbaar aan mid-oceanische ruggen waar platen uit elkaar bewegen (bijvoorbeeld tussen Afrika en Zuid-Amerika).
- Convergerende plaatranden: Herkenbaar aan troggen en gebergten waar platen naar elkaar toe bewegen (bijvoorbeeld de subductie van de Nazcaplaat onder Zuid-Amerika of de botsing van India met Eurazië).
- Transforme plaatranden: Zones waar platen zijwaarts langs elkaar schuiven (bijvoorbeeld de San Andreasbreuk).
5. Ontstaan van de Landbrug van Panama door Subductie
Panama ontstond doordat een oceanische plaat onder de Caribische plaat dook. Door deze subductie ontstond er vulkanisme en vormde zich een keten van vulkanische eilanden die uiteindelijk aan elkaar groeiden tot de landbrug van Panama. Daarom zijn vulkanisme en troggen de juiste antwoorden in de meerkeuzevraag.
6. Fasen in de Vorming van een Mid-Oceanische Rug
De vorming van een mid-oceanische rug verloopt in verschillende stappen:
- Magma stijgt op en duwt de lithosfeer omhoog, waardoor een breuk ontstaat.
- Door de breuk komt magma naar boven en stolt tot nieuwe oceanische korst.
- Dit duwt de platen langzaam uit elkaar, waardoor seafloor spreading ontstaat.
De nieuwgevormde korst is het jongst aan de rug en wordt ouder naarmate deze verder van de rug af beweegt.
7. Verband tussen Platentektoniek, Evolutie en het Aardverleden
Er zijn twee belangrijke raakpunten tussen platentektoniek en evolutie:
- Fossiel Bewijs: Platentektoniek verklaart waarom gelijke fossielen liggen op continenten die vandaag ver uit elkaar liggen, wat een bewijs is voor evolutie.
- Klimaatverandering: Continenten veranderen van klimaat wanneer ze verschuiven, waardoor soorten zich moeten aanpassen of uitsterven. Dit beïnvloedde de evolutie in het aardverleden.
9. Bepaling van Plaatbewegingsrichtingen
Als je een plaatnaam ziet op een kaart, moet je de pijlen van de bewegingsrichting volgen om te bepalen welke plaat daarnaartoe beweegt. Voorbeelden van plaatbewegingen zijn:
- De Nazcaplaat beweegt naar de Zuid-Amerikaanse plaat.
- De Pacifische plaat beweegt richting de Filipijnse plaat.
- De Afrikaanse plaat beweegt op sommige plekken naar de Euraziatische plaat toe.
10. Berekening van de Tektonische Snelheid: Schotland
Schotland lag vroeger veel zuidelijker en bewoog door de tektonische plaatverschuiving langzaam naar het noorden. Door de afgelegde afstand te delen door de tijd, kom je uit op ongeveer 2,4 centimeter per jaar.
11. Isostatische Opheffing in Scandinavië
De reden waarom het water tussen Noorwegen en Finland steeds minder diep wordt, is isostasie.
Tijdens de ijstijd werd Scandinavië door een zware ijskap naar beneden gedrukt in de asthenosfeer. Nu de ijskap verdwenen is, komt de korst langzaam weer omhoog. Door deze isostatische opheffing stijgt het land, waardoor de zee ondieper wordt en er steeds minder water tussen Noorwegen en Finland ligt.
12. Oorsprong van Vulkanisme op Basis van Plaatligging
Om de oorsprong van een vulkaan te verklaren, kijk je op de kaart naar de plaatgrens:
- Ligt de vulkaan op een subductiezone, dan is deze gevormd door een onderduikende plaat.
- Ligt hij op een mid-oceanische rug, dan is de oorzaak divergentie.
- Ligt hij midden op een plaat zonder breuk, dan gaat het om hotspotvulkanisme.
13. Laatste Vraag: Identificatie van de Onjuiste Stelling
De onjuiste stelling in de laatste meerkeuzevraag is de laatste optie.