Kernbegrippen Eerste Wereldoorlog en Economische Crisis Jaren '20-'30

Enviado por Anónimo y clasificado en Otras materias

Escrito el en neerlandés con un tamaño de 8,06 KB

Begrippenlijst Eerste Wereldoorlog en Interbellum

Aanloop en Verloop van de Eerste Wereldoorlog

Rivaliteit

Rivaliteit betekent dat landen met elkaar in machtsstrijd leven. In de periode vóór de Eerste Wereldoorlog zorgde dit ervoor dat Europese grootmachten met elkaar wedijverden om invloed, kolonies en controle over belangrijke gebieden zoals de Middellandse Zee.

Duitse Vlootbouw

De Duitse vlootbouw was het uitbouwen van een grote Duitse oorlogsvloot vóór 1914. Dit gebeurde om te kunnen concurreren met Engeland op zee en werd door de Britten gezien als een directe bedreiging.

Von Schlieffenplan

Het Von Schlieffenplan was een Duits militair aanvalsplan aan het begin van de Eerste Wereldoorlog. Het plan was om Frankrijk snel te verslaan door via België aan te vallen, zodat Duitsland daarna zijn aandacht op Rusland kon richten.

Loopgravenoorlog

Een loopgravenoorlog is een manier van oorlog voeren waarbij soldaten in loopgraven tegenover elkaar lagen. Dit gebeurde vooral aan het Westfront tijdens de Eerste Wereldoorlog en leidde tot jarenlang vastzittende frontlijnen met enorme verliezen en weinig terreinwinst.

Dominions

Dominions waren landen binnen het Britse Rijk die zichzelf mochten besturen maar trouw bleven aan de Britse koning. Landen zoals Canada en Australië hadden deze status en leverden soldaten om mee te vechten in de Eerste Wereldoorlog.

Vazalstaten

Vazalstaten waren gebieden die na de Vrede van Brest-Litovsk onder sterke invloed van Duitsland kwamen te staan. Ze leken zelfstandig, maar waren in werkelijkheid politiek en economisch afhankelijk van Duitsland.

Isolationisme

Isolationisme betekent dat een land bewust ervoor kiest zich niet te mengen in buitenlandse conflicten. De Verenigde Staten volgden deze houding in het begin van de Eerste Wereldoorlog en wilden zich buiten Europese oorlogen houden.

Neutraliteit

Neutraliteit betekent dat een land niet deelneemt aan een oorlog en geen van de strijdende partijen steunt. België wilde neutraal blijven bij het uitbreken van de Eerste Wereldoorlog, maar werd toch aangevallen.

Koopvaardijschepen

Koopvaardijschepen zijn handelsschepen die goederen vervoeren. Tijdens de Eerste Wereldoorlog werden deze schepen door Duitse duikboten aangevallen, wat de spanningen met de Verenigde Staten verhoogde en bijdroeg tot hun deelname aan de oorlog.

Vrede en Naoorlogse Periode

"Peace without victory"

"Peace without victory" betekent een vrede zonder echte winnaars of verliezers. Het was een idee van president Wilson om de oorlog te beëindigen zonder zware straffen, zodat een duurzame vrede mogelijk bleef.

Het 14-puntenplan van Wilson

Het 14-puntenplan van Wilson was een voorstel uit 1918 om een rechtvaardige en eerlijke vrede te bereiken. Het plan legde de nadruk op zelfbeschikking van volkeren, open diplomatie en samenwerking tussen landen.

Het Verdrag van Versailles

Het Verdrag van Versailles was het vredesverdrag dat in 1919 werd gesloten na de Eerste Wereldoorlog. Duitsland werd als enige schuldig gesteld en kreeg zware straffen opgelegd zoals gebiedsverlies, een sterk beperkt leger en hoge herstelbetalingen.

Interbellum

Het Interbellum is de periode tussen de Eerste en de Tweede Wereldoorlog (1918–1939). Deze periode werd gekenmerkt door politieke instabiliteit, economische problemen en de wereldwijde crisis van de jaren 1930.

Ruhrgebied

Het Ruhrgebied is een belangrijk industriegebied in Duitsland dat tussen 1923 en 1925 werd bezet door Frankrijk en België. Dit gebeurde om Duitsland te dwingen de herstelbetalingen na de Eerste Wereldoorlog te betalen.

Economische Systemen en Productiemethoden

Fordisme

Fordisme is een manier van produceren waarbij via lopende banden grote hoeveelheden producten snel en goedkoop werden gemaakt. Deze methode werd vooral toegepast in de Verenigde Staten tijdens de jaren 1920.

Taylorisme

Taylorisme is een manier van werken waarbij arbeid werd opgesplitst in kleine, strikt geplande taken. Dit systeem werd ingevoerd aan het begin van de 20ste eeuw om de productiviteit in fabrieken te verhogen.

Manufacture

Een manufacture is een vorm van productie waarbij arbeiders met de hand werken in grote werkplaatsen. Deze productievorm hoorde bij de periode vóór de volledige industrialisatie.

Kapitalistische Maatschappij

Een kapitalistische maatschappij is een samenleving waarin bedrijven en productiemiddelen in privébezit zijn. Winst, concurrentie en de vrije markt spelen daarin een centrale rol.

Neoliberalisme

Neoliberalisme is een economische visie waarbij men gelooft dat de markt zichzelf het best regelt en dat de overheid zich zo weinig mogelijk moet mengen in het economische leven, zoals in de vrijemarktejaren beschreven in de cursus.

Collectivisme

Collectivisme is het idee dat productiemiddelen niet van individuen zijn, maar van de gemeenschap of de staat. Dit idee komt uit de socialistische theorie die in de cursus wordt besproken.

Economische Conjunctuur en Crisisbeleid

Hoogconjunctuur

Hoogconjunctuur is een periode waarin de economie sterk groeit. In de jaren 1920 was er veel productie, weinig werkloosheid en groot vertrouwen in de toekomst.

Laagconjunctuur

Laagconjunctuur is een periode van economische achteruitgang. In de jaren 1930 was er minder productie, veel werkloosheid en weinig vertrouwen in de toekomst.

Grote Depressie

De Grote Depressie was een wereldwijde economische crisis in de jaren 1930 die begon met de beurscrash van 1929. De crisis zorgde voor massale werkloosheid, armoede en faillissementen.

Optimisme

Optimisme is een houding waarbij mensen veel vertrouwen hebben in de toekomst. In de jaren 1920 leidde dit vertrouwen tot veel consumptie en aankopen op krediet.

Inflatie

Inflatie betekent dat de prijzen stijgen en het geld minder waard wordt. Dit probleem kwam vaak voor na de Eerste Wereldoorlog en zorgde voor economische instabiliteit.

Deflatie

Deflatie betekent dat de prijzen dalen en het geld meer waard wordt. In de crisisjaren leidde dit ertoe dat mensen minder gingen uitgeven en de economie verder vertraagde.

Devaluatie

Devaluatie is het bewust verlagen van de waarde van de nationale munt. In het interbellum werd dit gebruikt om de export te stimuleren en producten goedkoper te maken voor het buitenland.

Deflatiepolitiek

Deflatiepolitiek was een beleid van de Belgische overheid in de jaren 1930 waarbij men lonen en prijzen probeerde te verlagen om de export te bevorderen. In de praktijk maakte dit de economische crisis erger.

Plan De Man

Het Plan De Man was een Belgisch economisch herstelplan uit de jaren 1930. De overheid zou meer investeren en grote openbare werken uitvoeren om de werkloosheid te verminderen.

New Deal

De New Deal was het Amerikaanse beleid van president Roosevelt om de economie te herstellen tijdens de Grote Depressie. De overheid greep actief in door openbare werken en steunmaatregelen.

Algemene Historische Begrippen

Soevereiniteit

Soevereiniteit betekent dat een land het hoogste gezag heeft binnen zijn eigen grenzen. Het betekent dat een staat zelfstandig beslist zonder inmenging van andere landen.

Verstedelijking

Verstedelijking is het proces waarbij veel mensen van het platteland naar de steden verhuizen. Dit zorgde tijdens de industrialisatie voor snelle groei van steden.

Entradas relacionadas: