De Dynamiek van de Aarde: Kernbegrippen van de Geologie en Platentektoniek

Enviado por Anónimo y clasificado en Otras materias

Escrito el en neerlandés con un tamaño de 6,51 KB

De Interne Structuur van de Aarde

  • Aardkern: De aardkern is het centrale deel van de aarde, rijk aan ijzer en nikkel, en bestaat uit een vloeibare buitenkern en een vaste binnenkern.
  • Binnenkern: De binnenkern is het vaste centrale deel van de aarde, ondanks de hoge temperatuur, door de zeer hoge druk, en bestaat vooral uit ijzer en nikkel.
  • Buitenkern: De buitenkern is de vloeibare laag van de aardkern waarin S-golven zich niet kunnen voortplanten, wat wijst op haar vloeibare toestand.
  • Aardkorst: De aardkorst is de buitenste vaste laag van de aarde en vormt samen met de bovenmantel de lithosfeer. Ze bestaat uit een continentale en een oceanische korst.
  • Mantel: De mantel is de laag tussen aardkorst en kern en omvat zowel vaste delen als de taai-vloeibare asthenosfeer.
  • Lithosfeer: De lithosfeer is de vaste buitenlaag van de aarde, bestaande uit aardkorst en bovenmantel, en is opgesplitst in platen.
  • Asthenosfeer: De asthenosfeer is een taai-vloeibare laag in de bovenmantel, onder de lithosfeer, waarin convectiestromen voorkomen die de plaatbeweging aandrijven.
  • Geosfeer: De geosfeer is het vaste deel van de aarde, bestaande uit aardkorst, mantel en kern.
  • Concentrische schillenbouw: De concentrische schillenbouw is de gelaagde opbouw van de aarde in schillen, ontstaan door differentiatie tijdens het ontstaan van de aarde.
  • Differentiatie: Differentiatie is het proces waarbij zware elementen naar het centrum van de aarde zakten en lichtere elementen naar buiten stegen.

Platentektoniek en Continentale Dynamiek

  • Platentektoniek: Platentektoniek is de theorie die de beweging van lithosfeerplaten en hun gevolgen verklaart.
  • Plaat: Een plaat is een groot, star deel van de lithosfeer dat zich verplaatst over de asthenosfeer.
  • Continentendrift: De continentendrift is de theorie van Alfred Wegener die stelt dat alle continenten vroeger verenigd waren in Pangea en later uit elkaar zijn gedreven.
  • Convectie: Convectie is een vorm van warmtetransport waarbij warm materiaal opstijgt en koud materiaal daalt.
  • Convectiecel: Een convectiecel is een cirkelvormige stroming van magma in de asthenosfeer die de beweging van lithosfeerplaten veroorzaakt.
  • Divergerende plaatrand: Een divergerende plaatrand is een zone waar twee platen uit elkaar bewegen en waar nieuwe oceanische korst ontstaat.
  • Subductie: Subductie is het proces waarbij een zwaardere plaat onder een andere plaat in de mantel wegduikt.
  • Transforme breuk: Een transforme breuk is een plaatgrens waar platen horizontaal langs elkaar schuiven en aardbevingen veroorzaken.
  • Rugduwkracht: Rugduwkracht is de kracht waarbij platen door hun eigen gewicht van een mid-oceanische rug af glijden.

Seismologie en Vulkanisme

  • Aardbeving: Een aardbeving is het plots vrijkomen van opgebouwde spanning in de aardkorst of bovenmantel, meestal langs breuklijnen of plaatranden, waarbij energie vrijkomt in de vorm van seismische golven.
  • Epicentrum: Het epicentrum is het punt op het aardoppervlak dat zich recht boven het hypocentrum van een aardbeving bevindt.
  • P-golven: P-golven zijn primaire seismische golven die zich voortplanten door vaste en vloeibare stoffen.
  • S-golven: S-golven zijn secundaire seismische golven die zich alleen door vaste stoffen voortplanten.
  • Vulkanisme: Vulkanisme omvat alle processen waarbij magma, lava, gassen en vast materiaal uit het aardinterieur vrijkomen.
  • Hot spot: Een hot spot is een plaats waar magma vanuit de mantel door de lithosfeer opstijgt, onafhankelijk van plaatranden.

Geologische Structuren en Processen

  • Gebergtevorming: Gebergtevorming is het proces waarbij delen van de aardkorst worden geplooid, opgeheven of verdikt door plaatbewegingen.
  • Plooiingsgebergte: Een plooiingsgebergte ontstaat door de botsing van twee continentale platen, waarbij gesteenten worden geplooid.
  • Endogene processen: Endogene processen zijn geologische processen die ontstaan door de interne energie van de aarde, zoals platentektoniek en vulkanisme.
  • Exogene processen: Exogene processen zijn processen die het aardoppervlak van buitenaf beïnvloeden, zoals water, wind, ijs en zwaartekracht.
  • Isostasie: Isostasie is het principe waarbij de lithosfeer in zwaartekrachtsevenwicht drijft op de asthenosfeer.
  • Isostatische compensatie: Isostatische compensatie is de verticale aanpassing van de lithosfeer bij verandering van massa.

Oceanografie en Gesteenten

  • Oceanische korst: De oceanische korst is de dunne, zware aardkorst onder de oceanen en bestaat hoofdzakelijk uit basalt.
  • Continentale korst: De continentale korst is de dikke en lichte aardkorst waarop de continenten liggen en bestaat hoofdzakelijk uit graniet (Si en Al).
  • Basalt: Basalt is een donker, fijnkorrelig stollingsgesteente met laag silicagehalte en vormt het grootste deel van de oceanische korst.
  • Mid-oceanische rug: Een mid-oceanische rug is een langgerekte onderzeese bergketen waar door seafloorspreading nieuwe oceanische korst ontstaat.
  • Seafloorspreading: Seafloorspreading is het proces waarbij nieuwe oceanische korst ontstaat aan mid-oceanische ruggen.
  • Diepzeetrog: Een diepzeetrog is een smalle, zeer diepe inzinking in de oceaanbodem die ontstaat bij subductie.
  • Abyssale vlakte: Een abyssale vlakte is een uitgestrekt, vlak deel van de oceaanbodem tussen de continentale helling en de mid-oceanische rug, bedekt met fijne sedimenten.
  • Continentale helling: De continentale helling is de steile overgangszone tussen het continentale plat en de diepere oceaanbodem.

Atmosfeer

  • Ozonlaag: De ozonlaag is een laag in de atmosfeer die schadelijke UV-straling absorbeert en leven op aarde mogelijk maakt.

Entradas relacionadas: