Essentiële Economische Begrippen: Verzekeringen, Markten en Financiën

Enviado por Anónimo y clasificado en Otras materias

Escrito el en neerlandés con un tamaño de 3,29 KB

Verzekeringen en Risicobeheer

  • Asymmetrische informatie: De ene partij beschikt over meer informatie dan de andere partij.
  • Averechtse selectie: Mensen met een hoog risico ('slechte risico's') verzekeren zich wel, terwijl mensen met een laag risico ('goede risico's') dit niet doen.
  • Collectieve verzekering: Een door de overheid verplicht gestelde verzekering tegen inkomensverlies (werkloosheid, overlijden, ouderdom, ziekte).
  • Moral hazard (moreel wangedrag): Het gevaar dat mensen of instellingen zich achteloos gedragen omdat ze zelf niet voor de kosten opdraaien.
  • Particuliere verzekering: Overeenkomst waarbij de verzekerde een premie betaalt in ruil voor dekking bij schade.
  • Premiedifferentiatie: Verschillen in premie waarbij 'slechte risico's' meer betalen dan 'goede risico's'.
  • Risico-aversie: Een hekel hebben aan het lopen van risico uit angst voor nadelige gebeurtenissen.
  • Solidariteit: Het belang van de groep boven het eigenbelang stellen.
  • Bonus-malusregeling: Korting (bonus) bij weinig schade en extra premie (malus) bij veel schade.
  • Eigen risico: Het bedrag dat de verzekerde zelf moet betalen bij schade.

Bedrijfseconomische Begrippen

  • Break-evenpunt: Het punt waar de totale opbrengst gelijk is aan de totale kosten (geen winst of verlies).
  • Constante kosten (vaste kosten): Kosten die niet veranderen bij een verandering in productieomvang.
  • Variabele kosten: Kosten die veranderen als de productieomvang verandert (proportioneel, progressief of degressief).
  • Marginale kosten (MK): De extra kosten bij uitbreiding van de productie met één product.
  • Marginale opbrengst (MO): De extra opbrengst bij uitbreiding van de productie met één product.
  • Marktaandeel: Het deel van de totale markt in handen van een onderneming.

Marktwerking en Prijsvorming

  • Evenwichtsprijs (marktprijs): De prijs waarbij vraag en aanbod aan elkaar gelijk zijn.
  • Consumentensurplus: Het voordeel voor de consument omdat de prijs lager is dan de betalingsbereidheid.
  • Producentensurplus: Het voordeel voor de producent omdat de prijs hoger is dan de leveringsbereidheid.
  • Volkomen concurrentie: Marktvorm met veel vragers/aanbieders, homogene producten en vrije toe- en uittreding.
  • Transparante markt: Markt waar gegevens helder en duidelijk verkrijgbaar zijn.

Financiën en de Verzorgingsstaat

  • Intertemporele ruil (ruilen over de tijd): Consumptie verschuiven tussen heden en toekomst (sparen of lenen).
  • Kapitaaldekkingsstelsel: Vermogensvorming voor toekomstige uitkeringen via individuele premiebetaling.
  • Omslagstelsel: Ontvangen premies in een jaar worden direct gebruikt voor de uitkeringen in datzelfde jaar.
  • Verzorgingsstaat: Samenleving waar de overheid een bestaansminimum garandeert.

Entradas relacionadas: