Essentiële Nederlandse Woordenschat en Grammaticale Begrippen
Enviado por Anónimo y clasificado en Lengua y literatura
Escrito el en
neerlandés con un tamaño de 4,39 KB
Essentiële Nederlandse Woordenschat
- Postuum: na de dood
- Belaagd: bedreigd of aangevallen
- Stipuleren: vastleggen of bepalen
- Timide: verlegen of schuchter
- Bijschaven: verbeteren
- Declareren: kosten terugvragen
- Creperen: sterven of omkomen
- Instantie: organisatie of dienst
- Schabouwelijk: erg slecht
- Scanderen: ritmisch roepen
- Subsidiëren: financieel steunen
- Verkroppen: niet uiten of inslikken
- Archaïsme: verouderd woord
- Converseren: praten of een gesprek voeren
- Cruciaal: zeer belangrijk
- Etnolectisch: behorend tot een etnolect
- Fanaat: zeer enthousiaste persoon
- Flamingant: voorstander van de Vlaamse taal en cultuur
- Flexibel: makkelijk aanpasbaar
- Identitair: verbonden met identiteit
- Vertier: plezier of ontspanning
- Walhalla: ideale plek of paradijs
- Etnolect: taalvariant van een specifieke etnische groep
- Straattaal: informele jongerentaal
- Antoniem: een woord met een tegengestelde betekenis
- Synoniem: een woord met een gelijke betekenis
- Homoniem: dezelfde vorm, maar een andere betekenis
- Homofoon: dezelfde uitspraak, maar een andere spelling
- Homograaf: dezelfde spelling, maar een andere uitspraak
- Mentaal lexicon: het 'woordenboek' in je hoofd
- Hyperoniem: een overkoepelend begrip
- Hyponiem: een specifiek begrip
Taalintensivering en Versterkende Woorden
Taalintensivering houdt in dat de taal sterker wordt gemaakt met behulp van bijwoorden, bijvoeglijke naamwoorden, voorvoegsels en beeldspraak. Enkele voorbeelden van versterkte begrippen:
- Degelijk → oerdegelijk
- Vol → propvol
- Koud → ijskoud
- Lui → aartslui
- Helder → kraakhelder
- Atleet → topatleet
- Gelukkig → dolgelukkig
- Heet → bloedheet
- Duur → peperduur
- Zat → stomzat
- Vakantie → droomvakantie
- Villa → luxevilla
Taalkundige Varianten en Schrijfstijl
Citétaal en Uitspraak
- Citétaal: Jongerentaal afkomstig uit de Limburgse mijncités.
- Sh-klank: Een klank die is ontstaan in de citétaal en zich via jongeren heeft verspreid.
Grammaticale Begrippen en Veelvoorkomende Valkuilen
- Naamwoordstijl: Het gebruik van te veel zelfstandige naamwoorden in plaats van werkwoorden. Hierdoor wordt een tekst vaak afstandelijk. Advies: gebruik vaker werkwoorden voor een actievere stijl.
- Voornaamwoordelijk bijwoord: Een combinatie van een bijwoord en een voorzetsel (bijv. ermee, daarop). Dit vervangt de combinatie van een voorzetsel en een naamwoord.
- Passivitis: Het overmatig gebruik van passieve zinnen, waardoor de tekst vaag en minder direct wordt. Advies: geef de voorkeur aan actieve zinnen.
- Foutieve beknopte bijzin: Een bijzin waarbij het verzwegen onderwerp niet overeenkomt met het onderwerp van de hoofdzin. Dit is een stijlfout en moet worden herschreven met een duidelijk onderwerp.
- Tussenletters -(e)n: De regel schrijft -en voor bij het meervoud van het eerste woorddeel; de -e wordt gebruikt bij specifieke uitzonderingen.
- Modaliteit: De manier waarop de spreker zijn houding ten opzichte van de boodschap uitdrukt (zoals een mening, gevoel of mate van zekerheid).