Kernbegrippen van de Mondiale Economie en Geografie
Enviado por Anónimo y clasificado en Otras materias
Escrito el en
neerlandés con un tamaño de 3,93 KB
Belangrijke Begrippen uit de Aardrijkskunde en Economie
Dit overzicht bevat essentiële termen met betrekking tot bevolking, economie, handel en milieu. Deze begrippen zijn cruciaal voor het begrijpen van mondiale processen.
Bevolking en Cultuur
- Bevolkingsdichtheid – Het gemiddelde aantal inwoners per vierkante kilometer (inw./km²).
- Bevolkingsspreiding – De verdeling van mensen over een land of een gebied.
- Geboortecijfer – Het aantal geboorten in een jaar per duizend inwoners in een gebied.
- Natuurlijke bevolkingsgroei – Het verschil tussen het geboortecijfer en het sterftecijfer. Wanneer er meer kinderen geboren worden dan dat er mensen sterven, is de natuurlijke bevolkingsgroei positief.
- Cultuur – Wat mensen belangrijk vinden en de gewoonten en gebruiken die daarbij horen. Mensen met dezelfde cultuur voelen zich met elkaar verbonden.
Economie en Handel
- Afzetmarkt – Gebied waar je een product kunt verkopen.
- BNP per inwoner – Het geld dat alle inwoners van een land in een jaar samen verdienen, gedeeld door het aantal inwoners van dat land.
- Export – Het uitvoeren van goederen.
- Import – Het invoeren van goederen.
- Handelsgewas – Landbouwproduct dat niet voor de eigen consumptie wordt geteeld, maar voor de handel.
- Voedselgewas – Landbouwproduct dat gebruikt wordt als voedsel of om er voedsel van te maken.
- Landjepik – Het opkopen van grote stukken (landbouw)grond tegen een lage prijs om er gewassen voor de export op te verbouwen.
- Speciale Economische Zone (SEZ) – Een gebied waar buitenlandse bedrijven zich mogen vestigen en waar ze weinig belasting betalen.
- Kolonie – Een gebied in bezit van een ander (meestal Europees) land.
- Kinderarbeid – Werk dat door kinderen wordt gedaan, maar dat te zwaar voor hen is en/of ervoor zorgt dat ze niet naar school kunnen gaan.
Energie en Milieu
- Duurzaam – Iets zo produceren of gebruiken dat de gevolgen voor mensen, dieren, de omgeving en het klimaat zo klein mogelijk zijn, zodat er geen nadelen zijn voor mensen in de toekomst.
- Duurzame energiebron – Energiebron die niet vervuilt en nooit opraakt, zoals windenergie en zonne-energie.
- Hernieuwbare energie – Energie die niet vervuilt en nooit opraakt, zoals windenergie en zonne-energie.
- Fossiele brandstof – Energiebron die miljoenen jaren geleden is ontstaan uit planten- en dierenresten en nu diep in de ondergrond zit, zoals aardolie, aardgas en steenkool.
- Uitputbare energie – Energie uit energiebronnen die kunnen opraken, zoals fossiele brandstoffen.
- Tropisch regenwoud – Bos in de warme en vochtige gebieden rond de evenaar.
Grondstoffen en Industrie
- Grondstof – Ruw materiaal, zoals ijzererts of cacaobonen, dat bewerkt moet worden om er een product van te maken.
- Delfstof – Grondstof die uit de bodem of uit een gesteente wordt gehaald, zoals olie, gas en ijzererts.
- Primaire sector – Sector die bestaat uit bedrijven die grondstoffen uit de natuur halen.
- Secundaire sector – Sector die bestaat uit bedrijven die grondstoffen uit de primaire sector bewerken.
- Tertiaire sector – Sector die bestaat uit bedrijven die diensten verlenen. Ook wel de dienstensector genoemd.
- Lichte industrie – Bedrijven die kant-en-klare eindproducten maken, zoals producten die in de winkel worden verkocht.