Verwering en Erosie: Processen van Geologische Vorming

Enviado por Anónimo y clasificado en Otras materias

Escrito el en neerlandés con un tamaño de 3,74 KB

1. Verwering

Verwering is het natuurlijk proces waarbij onbeschut gesteente verandert door invloeden van fysische, chemische of biologische processen.

  • Mechanische/fysische verwering: Gesteente breekt in stukken.
  • Chemische verwering: Gesteente lost op of verandert van samenstelling.
  • Verschil met erosie: Bij verwering is de verplaatsing van gesteente minder belangrijk.

1.1 Fysische Verwering

Wanneer er druk op gesteenten wordt uitgeoefend, verbrokkelen ze tot rotsblokken, grind, zand en klei, zonder dat de chemische samenstelling verandert.

Oorzaken:

  • Druk door andere rotsstukken.
  • Water in poreus gesteente of barsten: bij bevriezen zet het uit (+9% volume).
  • In hooggebergte (vorst-dooicyclus) vriezen rotswanden stuk.
  • Brokstukken vallen naar beneden, kunnen andere stukken losslaan of zelf breken, wat kan leiden tot steenlawines.

1.2 Chemische Verwering

Dit is het uiteenvallen van gesteente waarbij de chemische samenstelling verandert door scheikundige reacties.

  • Bepaalde bestanddelen van gesteente zijn oplosbaar in water en worden weggevoerd.
  • De chemische opbouw van mineralen verandert, waardoor het gesteente zijn samenhang verliest.
  • Niet-oplosbare mineralen blijven achter als zand- of siltkorreltjes en worden eventueel afgevoerd door water en wind.

2. Erosie

Erosie is het proces van slijtage van een vast oppervlak waarbij materiaal wordt verplaatst. Op aarde gebeurt dit vooral door wind, stromend water, ijs en zwaartekracht, maar ook door vulkanisme en meteorietinslagen.

2.1 Hellingserosie

Verweerd materiaal schuift onder invloed van de zwaartekracht hellingafwaarts.

  • Insijpelend water doet het gewicht toenemen en vermindert de samenhang van het gesteente.
  • Natuurlijke erosie wordt vaak versterkt door menselijke invloeden, zoals ontbossing.
  • Bij regen op kale aarde stroomt de grond mee met het water naar beneden.

2.2 Erosie door (stromend) water

Dit proces omvat het losmaken en transporteren van bodemdeeltjes door regendruppels en afstromend water.

Verticale en horizontale erosie

  • Verval: Hoogteverschil tussen twee punten in de bedding.
  • Debiet: Hoeveelheid water die per seconde langs een bepaald punt stroomt.
De loop van een rivier
  • Bovenloop: Groot verval zorgt voor een hoge stroomsnelheid en veel erosie. Verticale erosie (insnijding) verdiept de bedding. Abrasie zorgt ervoor dat meegevoerd puin kleiner wordt.
  • Middenloop: Groot debiet en minder steil, wat leidt tot lagere snelheid. Minder erosie, vooral transport en afronding van gesteenten tot keien (pebbles).
  • Benedenloop: Klein verval en trage stroming. Hier vindt bezinking (afzetting) plaats, vorming van brede alluviale riviervlakten, horizontale erosie en sortering.

Trapsgewijze valleien

Deze ontstaan wanneer gesteenten uit verschillende hardheden bestaan:

  • Harde gesteenten zorgen voor meer verticale erosie.
  • Zachte gesteenten zorgen voor meer horizontale erosie (voorbeeld: Grand Canyon).

Drie soorten sedimentvormingen

  1. Alluviale vlakte: Dalbodem waar de rivier stroomt en regelmatig kan overstromen, waardoor afzetting achterblijft.
  2. Deltavorming: Stelsel van riviervertakkingen aan een monding bij een meer of zee met weinig getijdewerking, door sedimentatie.
  3. Puinkegel: Waaiervormige afzetting van sediment, opgebouwd door een sterke snelheidsvermindering.

Entradas relacionadas: